18 november 2016

Interview Catharinus Wierda

Agri meets Design houdt je op de hoogte van samenwerkingen en projecten op het snijvlak van landbouw en design. In een langlopende interviewreeks met betrokken boeren, ontwerpers en andere professionals geven we je een kijkje achter de schermen. Deze week gingen we in gesprek met pionier in de duurzame zuivelwereld Catharinus Wierda. Hij ziet de reputatie van de melkveehouderij in Nederland langzaam afbrokkelen. Catharinus stelt dat door de intensivering en de gestandaardiseerde manier van rauwe melk verwerken, we de bodem onder onze eigen voeten vandaan slaan. Daarmee snijdt hij een enorm vraagstuk binnen de agrosector aan.

Ha Catharinus, wat doe je?
Mijn vader was melkveehouder en ik heb zelf bodemkunde gestudeerd. Op die manier kijk ik naar duurzaamheid. En dat is samen met mijn passie om te pionieren de rode draad in mijn werk bij zowel Solidaridad als Boerengilde. Voor Solidaridad reis ik de hele wereld over om effectief goede ontwikkelprogramma’s voor zuivel met collega’s daar op te zetten. Bij Boerengilde, wat ik mede oprichtte, focussen melkveehouders op natuurinclusief boeren. De boeren werken er in een boerenmozaïek: ze hebben land voor de koeien om op te grazen, land om ruwvoer van te halen en land waar vogels zitten. Zo blijven de bodem, de koeien en de natuur gezond. Zo’n gezond bedrijfssysteem voeren is heel belangrijk voor het grotere economisch perspectief. Met Boerengilde wilden we laten zien dat het mogelijk is, en met de introductie van zuivelmerk Weide Weelde is een belangrijke stap gezet. Nu is het tijd om op te schalen. We willen bekender worden en ons systeem bij meer boeren in gebruik zien en supermarkten laten weten dat ze een keuze hebben.

En lukt dat?
Een hoop boeren willen boeren zoals we binnen het Boerengilde voor ogen hebben, maar worden economisch gedwongen om te intensiveren. Dat is zonde, want door die intensivering mist de melkveehouderij een gezonde en duurzame basis. Ik vind het ongelooflijk wat er gebeurt. Mijn zwagers hebben veel grond gekocht, maar vertelden me later dat het wellicht beter was geweest om de stal te verdubbelen. De intensivering leidt tot meer koeien op stal, concentraties van milieuvervuiling en op veel bedrijven geen  vierkante meter ruimte voor biodiversiteit. Er daarom moet echt een nieuw en grondgebonden beleid komen. Niet alleen vanuit de staatssecretaris, maar ook vanuit de sector zelf.

Bij mijzelf ging een paar jaar terug de knop om voor meer natuur. Ik was op een stuk land en hoorde daar een grutto roepen. Zo’n geluid van vroeger wat me in gedachten terugbracht op het land van mijn vader. Ik realiseerde me toen dat duurzaamheid meer is dan fosfaat in de bodem, groene energie en stikstof: het is ook cultuur. Zelfs al heb je maar zeven vogels op honderd hectare zitten; als je de grutto verliest, verlies je geluiden, geuren en belevingen. Sindsdien zie ik het als een gidssoort voor het systeem van de melkveehouderij en als indicator voor een boer of hij een gezond bedrijfssysteem hanteert. Ben je de grutto kwijt, dan heb je het verknald als sector.

Waar staat Nederland internationaal?
Voor mijn werk bij Solidaridad reis ik de hele wereld over. En wat ik in Nederland mis, zie ik elders wel. In India zag ik een boer die 150 koeien heeft z’n melk zelf pasteuriseren en vervolgens op een brommertje aan huis bezorgen. Degenen die zijn melk afnemen zijn op zoek naar een hogere kwaliteit melk. Die vraag van consumenten zie je in het Westen ook steeds meer. Maar omdat we hier de rauwe melk van alle boeren mengen en gestandaardiseerd verwerken, verliezen we een groot deel van de kwaliteit en de positieve eigenschappen van de melk.

Wat groen betreft zie je dat de melkveehouderij van Ierland zich goed profileert, wat hun reputatie ten goede komt. Nu is de kwaliteit van Nederlandse melk op dit moment top, de hele wereld kijkt tegen ons op. We hebben een heel mooie basis, maar onze reputatie brokkelt wereldwijd af omdat we te weinig duurzaam bezig zijn.

Hoe behouden we die kwaliteit wel?
De reputatie van de sector heeft behoefte aan maatregelen die problemen nu eens echt oplossen, en dat is in mijn ogen via grondgebondenheid. In de zuivelketen is daarnaast behoefte aan meer differentiatie. Met Weide Weelde doen we een stap, maar je ziet nu ook al A2-melk. Deze trend is voorlopig nog niet weg, dus bedrijven kunnen daarop anticiperen. Daarnaast moeten meer terug naar de kwaliteit van de rauwe melk, en meer sturen op smaak en samenstelling.

Waar Sietske Klooster nu mee bezig is, in haar MelkSalon, is de smaak van de individuele melken behouden. Ze is bezig met de terroir, waarbij je aan de rauwe melk proeft wat de koeien eten en welk ras ze zijn. Ze is gewoon begonnen met uitproberen. Ik heb met haar gesproken om een Melklab te starten, waar we uitzoeken hoe we de rauwe melk op een hoog niveau brengen en hoe we dit behouden door de zuivelverwerking aan te passen. Het wordt namelijk pas echt interessant als je deze vernieuwing  kunt opschalen naar veel meer boeren. Daarom kijken we ook of we samen kunnen werken met Van Hall Larenstein, waar ze langduriger, groter en in een professioneler laboratorium kunnen werken aan het borgen van die positieve eigenschappen van melk.